“Denk a.u.b. niet dat ik alle dagen ga schrijven, want ik heb een hevige afkeer van wat men noemt: korresponderen.” De gejaagdheid waarmee Paul Snoek (°1933, Sint-Niklaas – †1981, Tielt) zijn brief aan Paul De Ryck (°1913, Erembodegem – †1956, Sint-Amandsberg) aanzet, bepaalt meteen haar algehele teneur. Als Snoek in de pen klimt in augustus ’55, studeert hij Rechten in Gent, en bereidt hij de tweede zittijd voor – dit in schril contrast met De Ryck, de dichter-essayist die lid is van de Vereniging van Oostvlaamse Letterkundigen (V.O.L.) en reeds tien jaar eerder promoveerde in de handelswetenschappen en augustus zodoende als vakantieganger doorbrengt. Snoek is echter niet alleen bezig met juridische studieboeken, hem moet ook iets van het hart omtrent een literaire kwestie. Als jong dichter, die net het manuscript van zijn tweede bundel Noodbrug heeft afgewerkt, wil hij zijn mening over enkele literaire tijdschriften in Vlaanderen kenbaar maken.
In de brief geeft Snoek toe dat hij gepubliceerd heeft in Het Antenneke nr. 5 (juli-september 1955). Dit deed hij naar eigen zeggen geheel tegen zijn zin en op expliciet aandringen van Jos Murez, die samen met Marcel de Rijcke het tijdschrift leven inblies. Het Antenneke (1954-1959) was een Gents tijdschrift dat zowel poëzie als kritische bijdragen (onder meer over beeldende kunst) opnam, en een breed publiek wilde aanspreken. In dezelfde adem vermeldt Snoek Cyanuur (1955-1956): het kleinschalige, wederom Gentse tijdschrift van hoofdredacteur Jo Verbrugghen en redactiesecretaris John Bultinck, dat ook aandacht besteedde aan literatuur en plastische kunst. Net zoals Het Antennekewilde ook Cyanuur het conventionele en het experimentele samenbrengen. Snoek verwijt de Gentse tijdschriften dat ze net als DWB (Dietsche Warande & Belfort, 1855-heden), en NVT(Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1946-1983) ‘encyclopedisch’ zijn. Iets nieuws brengen Het Antenneke en Cyanuur evenmin als DWBen NVT.
Snoeks ongezouten mening over Het Antenneke en Cyanuur blijkt niet alleen uit de brief zelf. Hij sluit ook een folder bij van het Antwerpse tijdschrift Gard Sivik (1955-1964) waarvan hij samen met Tone Brulin, Gust Gils, Hugues C. Pernath en Simon Vanloo redacteur is. In het pamflet profileren Snoek en co Gard Sivik als de enige rechtmatige opvolger van het experimentele en vrijzinnige Tijd en Mens (1949-1955), en “als spreekbuis van de zg. tweede lichting van experimentele dichters”. Het vlugschrift waarin het tweede nummer van Gard Sivik wordt aangekondigd, omvat ook enkele passages waarin de makers van het tijdschrift zich afzetten tegen andere Vlaamse ‘jongerentijdschriften’, waarbij evenwel geen namen worden prijsgegeven. In de brief aan De Ryck noemt Snoek wel man en paard. Het Antenneke wrijft hij ‘opportunisme’ aan en Cyanuur ‘blazoenvergulding’ omdat het werk opneemt van ‘gekonsakreerden’. “Eenzijdigheid zal dus een van de deugden zijn van GARD-SIVIK,” is de polemische slotzin.
Hoewel Snoek zichzelf neerzet als compromisloze modernist, publiceert hij toch in Het Antenneke. Het is niet het enige teken van zijn wendbaarheid. Op het einde van de brief geeft hij ook aan dat hij zijn bundel Noodbrug inzond voor een prijsvraag: “ik werd door weet ik wie ook voorgesteld maar zond natuurlijk ook in om van die job van af te zijn”. Ook de vragen die De Ryck opwierp over Gard Sivik, worden in een bijgevoegd typoscript enigszins defensief beantwoord. Zo doet hij een beroep op de ‘geconsacreerde’ Jan Walravens, de trekker van Tijd en Mens, om zijn tijdschrift te legitimeren. Ongemeen kritisch en een tikkeltje opportunistisch, zo kan men Snoeks houding anno 1955 karakteriseren. Zelf houdt hij het bij een meer poëtische omschrijving: “Houdt van water, bloemen, salamanders en alles wat mooi is”.
Met dank aan
Godart Bakkers
Paul Schietekat
Yves T’Sjoen
Daniëlle Palmans (Letterenhuis)
Universiteitsbibliotheek Gent
Naninga Lens
Wouter De Vleeschouwer
Simon Delobel
Koen Brams
Brief van Paul Snoek aan Paul De Ryck (30 augustus 1955), Collectie Stad Antwerpen, Letterenhuis
Het Antenneke nr. 5 (juli-september 1955), Universiteitsbibliotheek Gent
Snoeks gedicht “Genesis” in Het Antenneke nr. 5 (juli-september 1955), Universiteitsbibliotheek Gent
Folder Gard Sivik (1955), Collectie Stad Antwerpen, Letterenhuis
Folder Gard Sivik (1955), Collectie Stad Antwerpen, Letterenhuis
Typoscript: antwoord op de vragen van Dr Paul De Rijck (1955), Collectie Stad Antwerpen, Letterenhuis