Op 26 januari 1955 schrijft de 31-jarige boekhandelaar Robrecht Joanna Kamiel Vermeire (1923-1968) uit het Gentse Sint-Amandsberg een brief aan zijn jongste broer, Gustaaf ‘Staf’ Vermeire (1926-1987).
Staf Vermeire is op dat moment actief als leider van het Algemeen Diets Jeugdverbond en brengt sinds 1946 Groot-Nederlands geïnspireerde publicaties uit onder de naam Oranje-uitgaven. Binnen deze reeks verschijnen in de jaren zestig verschillende werken gewijd aan Joris Van Severen (1894-1940), oprichter van het Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso), een extreme politieke beweging die de hereniging van Nederland, Vlaanderen en Frans-Vlaanderen tot initieel doel had.
Op 9 maart 1950 opent Robrecht Vermeire een boekhandel op Nederkouter 38 te Gent, die hij de naam Oranje geeft. Het adres biedt eveneens onderdak aan de uitgeverij van zijn broer. Robrecht en Staf bedienen zich in hun professionele communicatie niet alleen van dezelfde naam, maar tevens van een Nederlandse leeuw, die de ideologische lading van hun Oranje-projecten aanschouwelijk maakt.
Robrechts handelszaak, waarin doorheen de jaren ook reizen worden aangeboden en een antiquariaat werd ondergebracht, kende verschillende locaties in de straat. Wanneer Oranje zich eind 1962 vestigt op nummer 115, wordt achteraan en op de eerste verdieping van de boekhandel een galerieruimte ingericht waar kunstenaars tegen betaling kunnen exposeren. Het nieuwe interieur, ontworpen door de Gentse kunstenaar en binnenhuisarchitect Jos de Mey (1928-2007), wordt in 1963 bekroond met de tweede Grote Houtprijs van Oost-Vlaanderen door het Nationaal Houtvoorlichtingsbureau. De belangstelling voor kunst en architectuur weerspiegelt zich ook in het rijke aanbod internationale tijdschriften gewijd aan dit thema.
De galeriewerking, waarbij nieuwe presentaties elkaar haast maandelijks opvolgen, kent een gevarieerd programma. Naast figuratieve schilder- en beeldhouwkunst uit Vlaanderen toont Oranje ook verschillende abstracten als Amédée Cortier, Gilbert Decock, Luc Peire en internationale namen als de Duitse Raimer Jochims en Eduard Micus, de Oostenrijkse Alexander Rutsch en de Italiaan Gildo Bartocci. Onder de exposanten bevinden zich naast Cortier met Jacques Ghesquière, Richard Foncke en Gaston Homblé nog verschillende andere gewezen leden van de Gentse kunstenaarsgroep Het Antenneke (1954-1959).
Uit de brief die Robrecht eind januari 1955 aan zijn broer richt, wordt duidelijk dat de twee Oranje-domeinen niet helder afgebakend zijn. Robrecht biedt de Oranje-uitgaven niet alleen aan in zijn boekhandel, maar blijkt ook betrokken te zijn bij de productie ervan. Dit lijkt onder meer het geval voor Miel Kerstens (pseudoniem Emiel van Loocken) dichtbundel Uw Adem in den Wind die Oranje uitgaf in 1953.
Met zijn schrijven wenst Robrecht klaarheid te scheppen in de zakelijke afspraken met zijn broer. Hij eist hierbij meer respect voor hun gedeelde contacten. Hiertoe behoren o.m. de Oost-Vlaamse dichters E.H. Amédée Suenaert en Hans Melen (pseudoniem Frank van Doorne), die in de brief vermeld worden. Oranje publiceerde zowel hun gemeenschappelijke dichtbundel Schemerlichten (1952), als Melens Ruisende wilgen (1954).
Vermoed wordt dat Robrecht in de brief ook verwijst naar de Vlaamsgezinde auteur Richard Dewachter, die vanaf eind jaren zestig meerdere titels bij Oranje zou publiceren.
Op 7 februari 1968 overlijdt de amper 44-jarige boekhandelaar. Nauwelijks twee maanden nadat Robrecht het leven laat, neemt diens jongere broer, Edgard Vermeire, de handelszaak over met goedkeuring van de familie. Hoewel de focus van de activiteiten van de zaak wordt gelegd op de verkoop van boeken en tijdschriften, zet deze het tentoonstellingsprogramma ononderbroken verder.
Wanneer de familie in 1971 definitief afstand doet van de zaak, wordt Juliaan Segers de nieuwe eigenaar van Oranje. Hij continueert het expositiebeleid tot oktober 1972.
Met dank aan
ADVN, archief voor nationale bewegingen
Dauphine Dujardin
archief Ugent
familie Vermeire
Marlene Wouters en Paul De Vylder